Tag: HRT bijwerkingen

  • Starten met hormoontherapie: wat kun je verwachten in de eerste weken?

    Starten met hormoontherapie: wat kun je verwachten in de eerste weken?

    Je begint met hormoontherapie (HRT) in de hoop dat je je weer wat meer jezelf gaat voelen. Misschien wil je beter slapen, minder last hebben van opvliegers of meer energie krijgen.

    Maar wat kun je eigenlijk verwachten als je start met HRT? En wat als je in de eerste weken juist meer klachten krijgt, of helemaal niets merkt?

    De reactie op hormoontherapie verschilt per vrouw. En het effect kan tijd nodig hebben.

    Wat gebeurt er als je met HRT begint?

    Bij hormoontherapie krijgt je lichaam hormonen toegediend, meestal oestrogeen en doorgaans ook progesteron.

    Het toegediende oestrogeen komt via de huid of het maag-darmkanaal in je lichaam terecht. Het bindt zich aan oestrogeenreceptoren in verschillende weefsels, waaronder de hersenen. Daar beïnvloedt het processen die betrokken zijn bij bijvoorbeeld temperatuurregulatie, slaap en andere lichaamsfuncties.

    Dat betekent niet dat alle klachten direct verdwijnen zodra je begint. Het lichaam heeft tijd nodig om op de behandeling te reageren. Bovendien ontstaan overgangsklachten niet allemaal op dezelfde manier en reageren ze dus ook niet allemaal even snel op hormoontherapie.

    Drie mogelijke reacties op HRT

    1. Je merkt al snel verbetering

    Sommige vrouwen merken binnen enkele dagen tot weken verschil. Opvliegers nemen bijvoorbeeld af, de nachtrust verbetert of ze voelen zich overdag minder opgejaagd.

    Dat is fijn, maar het betekent niet dat alle klachten meteen verdwenen zijn. Andere klachten kunnen meer tijd nodig hebben.

    2. Je krijgt tijdelijk meer klachten of nieuwe bijwerkingen

    Sommige vrouwen ervaren in het begin juist klachten die ze eerder niet hadden, of merken dat bestaande klachten tijdelijk toenemen. Denk bijvoorbeeld aan gevoelige borsten, hoofdpijn, misselijkheid, een opgeblazen gevoel of veranderingen in het bloedingspatroon.

    Dat kan samenhangen met de behandeling, de dosering of de gebruikte toedieningsvorm. Ook kan het lastig zijn om te onderscheiden of een klacht door HRT komt of door de hormonale schommelingen die al aanwezig waren.

    Een tijdelijke beginverergering komt voor, maar is niet noodzakelijk en betekent niet automatisch dat je lichaam moet wennen of dat de behandeling uiteindelijk niet goed zal werken.

    Heb je ernstige, snel toenemende of verontrustende klachten? Neem dan eerder contact op en wacht niet tot de geplande evaluatie.

    3. Je merkt nog geen verschil

    Ook dit komt voor. Misschien gebruik je de voorgeschreven dosering consequent, maar slaap je nog steeds slecht of heb je nog evenveel last van opvliegers.

    Dat betekent niet automatisch dat HRT niet werkt.

    Het effect kan tijd nodig hebben. Tegelijkertijd kan het zijn dat de dosering, toedieningsvorm of behandeling niet goed aansluit bij jouw klachten. Soms spelen er ook andere oorzaken mee, zoals stress, slaaptekort of een andere medische aandoening.

    Juist daarom is evalueren zo belangrijk.

    Waarom evalueren we na ongeveer 6 tot 10 weken?

    Na het starten met HRT of het aanpassen van de dosering wil ik doorgaans na ongeveer 6 tot 10 weken horen hoe het gaat.

    Waarom niet eerder?

    Omdat je voldoende tijd nodig hebt om het effect van de behandeling te kunnen beoordelen. Sommige klachten veranderen snel, maar het volledige effect op de klachten waarvoor je HRT gebruikt, is niet altijd binnen een paar dagen duidelijk.

    Als je na enkele dagen al iets merkt, is dat natuurlijk waardevolle informatie. Maar als je na een week nog geen verbetering ervaart, is dat meestal te vroeg om te concluderen dat de behandeling niet werkt.

    Door de behandeling enige tijd de kans te geven, kunnen we beter beoordelen:

    • Welke klachten zijn verbeterd?
    • Welke klachten zijn onveranderd gebleven?
    • Zijn er nieuwe klachten of bijwerkingen ontstaan?
    • Hoe gaat het met je slaap, stemming en dagelijks functioneren?
    • Is de behandeling goed vol te houden?

    Op basis daarvan kunnen we bespreken of het verstandig is om de behandeling voort te zetten, de dosering aan te passen, een andere toedieningsvorm te proberen of verder onderzoek te doen.

    De termijn van 6 tot 10 weken is een praktische richtlijn, geen vaste regel voor iedere vrouw of iedere klacht. Bij duidelijke bijwerkingen of andere zorgen kan eerder overleg nodig zijn.

    Waarom passen we de dosering niet meteen aan?

    Omdat we willen voorkomen dat we te snel conclusies trekken.

    Stel dat je na twee weken nog weinig verschil merkt. Als we de dosering direct verhogen, weten we niet altijd of de oorspronkelijke dosering uiteindelijk voldoende effect had kunnen geven.

    Bovendien is meer oestrogeen niet automatisch beter. Het doel is niet om de hoogst mogelijke dosering te gebruiken, maar om een behandeling te vinden die goed helpt en goed wordt verdragen.

    Daarbij kijken we niet alleen naar de klachten, maar ook naar eventuele bijwerkingen, de gebruikte toedieningsvorm en de bescherming van het baarmoederslijmvlies als dat nodig is.

    Ook bij een dosisaanpassing begint er als het ware een nieuwe evaluatieperiode: we willen opnieuw voldoende tijd nemen om het effect te beoordelen.

    Wat als je na 6 tot 10 weken nog steeds klachten hebt?

    Dan kijken we verder.

    Misschien is een andere dosering passend. Misschien werkt een andere toedieningsvorm beter. Soms is er aanvullende behandeling nodig.

    En soms blijkt dat een klacht niet alleen of niet voornamelijk door de overgang wordt veroorzaakt.

    HRT kan veel betekenen voor vrouwen met overgangsklachten, maar is geen behandeling die iedere klacht bij iedere vrouw oplost. Het is daarom belangrijk om samen te blijven kijken naar wat er verandert en wat je nodig hebt.

    Geef het tijd, maar blijf niet onnodig rondlopen met klachten

    Hormoontherapie starten of de dosering aanpassen is soms een proces van uitproberen en evalueren.

    De ene vrouw merkt snel verbetering. De andere heeft meer tijd nodig. En soms moet de behandeling worden aangepast of blijkt een andere aanpak beter te passen.

    Houd daarom bij hoe je je voelt, welke klachten veranderen en of je bijwerkingen ervaart. Dat helpt om tijdens de evaluatie samen een goede keuze te maken.