Het is een van de meest gestelde vragen buiten mijn spreekkamer: “Kun je testen of ik in de perimenopauze zit?”
En ik snap die vraag heel goed. Want perimenopauze voelt vaak verwarrend. Je menstruatie is er nog. Je klachten wisselen. En je wilt graag iets concreets. Een uitslag. Een bewijs. Iets dat zegt: ja, dit is het.
Maar het eerlijke antwoord is: een simpele test die het bevestigt, bestaat niet.
Waarom een perimenopauze test vaak niet duidelijk is?
In tegenstelling tot de menopauze (die medisch gedefinieerd wordt als 12 maanden zonder menstruatie), is de perimenopauze een fase die gekenmerkt wordt door schommelingen.
En dat is meteen het probleem met bloedonderzoek.
Je hormoonwaarden in de perimenopauze kunnen namelijk per week, per dag en zelfs per cyclus enorm verschillen. Oestrogeen kan de ene maand hoog zijn en de volgende maand ineens dalen. Progesteron is vaak nog lastiger te meten, omdat het vooral afhankelijk is van of je een eisprong hebt gehad, en wanneer je precies prikt.
Dat betekent dat één bloedafname op één moment vaak weinig zegt.
Je kunt dus klachten hebben die volledig passen bij de perimenopauze, terwijl je bloedwaarden “nog normaal” lijken.
Niet omdat je klachten niet echt zijn. Maar omdat je hormonale situatie instabiel is.
Veel van deze klachten beginnen al in de perimenopauze.
Lees ook mijn uitgebreide uitleg over wat vrouwen nog te weinig weten over de perimenopauze.
Welke bloedtesten worden soms wél gedaan?
Hoewel er geen perfecte perimenopauze test bestaat, kan bloedonderzoek soms wel waardevol zijn. Niet om perimenopauze te bewijzen, maar om andere oorzaken van klachten uit te sluiten.
Bijvoorbeeld bij vermoeidheid, somberheid, hartkloppingen of concentratieklachten kan het zinvol zijn om te kijken naar:
Hemoglobine
Schildklierwaarden
IJzer of ferritine
Vitamine B12
Vitamine D
En soms wordt ook FSH gemeten. Maar ook dat is in perimenopauze geen vaste waarde. FSH kan verhoogd zijn, maar kan ook weer dalen, afhankelijk van waar je in je cyclus zit. Dus dit zou ik niet adviseren om te meten.
Bloedonderzoek kan dus nuttig zijn om naar andere dingen te kijken die vergelijkbare klachten kunnen geven, maar geeft geen antwoord op de vraag: zit ik in perimenopauze?
Hoe weet je het dan wél?
In de praktijk is perimenopauze meestal een klinische diagnose. Dat betekent: je klachtenpatroon en je levensfase zijn de belangrijkste aanwijzingen.
Als jij voelt dat er iets verandert en je arts herkent de combinatie van:
- slechter slapen
- meer prikkelbaarheid of emotionele schommelingen
- hersenmist
- opvliegers of nachtzweten
- gewichtstoename rond de buik
- veranderend libido
- meer stressgevoeligheid
- soms cyclusverandering
dan is het vaak logisch om de perimenopauze serieus mee te nemen in het verhaal.
Je hoeft niet te wachten op een “bewijs” als het totaalplaatje klopt.
Moet je wachten tot je klachten erger worden?
Dit is een belangrijk punt.
Veel vrouwen krijgen nog steeds te horen:
“Wacht maar af.”
“Het hoort erbij.”
“Kom maar terug als je menstruatie stopt.”
“Kom maar terug als je opvliegers hebt.”
Maar de perimenopauze kan jaren duren. En in die jaren kunnen klachten langzaam opstapelen. Slechte slaap wordt chronisch. Stress wordt uitputting. Emotionele schommelingen worden steeds zwaarder. En ondertussen verlies je stukje bij beetje je kwaliteit van leven.
Het doel is niet om perimenopauze te overleven tot je menopauze.
Het doel is om zo stabiel mogelijk te blijven terwijl je lijf verandert.
En hormoontherapie dan? Kun je dat “gewoon proberen”?
Soms is het antwoord verrassend praktisch.
Als jij denkt dat je in perimenopauze zit, en je arts denkt dat ook, dan is de vraag niet altijd: kunnen we het bewijzen?
De vraag is vaak: kunnen we je klachten serieus nemen en kijken of behandeling helpt? (mits er geen contra indicaties zijn)
Hormoontherapie is niet voor iedereen de juiste keuze, maar het kan bij de juiste indicatie veel verlichting geven. Zeker bij klachten zoals opvliegers, nachtzweten, slaapverstoring, angsten en stemmingswisselingen.
En belangrijk om te weten: als je start met hormoontherapie en je merkt dat het niet bij je past, dan kun je ook weer stoppen. Het is geen levenslange verplichting en het is niet “alles of niets”.
Het kan juist ook een manier zijn om te onderzoeken: reageren je klachten op hormonale ondersteuning?
Als het werkt, hoef je je klachten niet onnodig te laten verergeren.
Wat ik vrouwen vaak meegeef
Je hoeft niet te wachten tot je menstruatie stopt.
Je hoeft niet te wachten tot je instort.
En je hoeft niet te wachten tot iemand je klachten “ernstig genoeg” vindt.
Als jij voelt dat je lijf aan het veranderen is, en het beïnvloedt je energie, slaap en stemming, dan kan je hulp vragen. En dan mag je opties bespreken. Ook zonder perfecte test.

