Tag: overgang

  • Het perimenopauzedoolhof: waarom hormoontherapie maatwerk kan zijn

    Het perimenopauzedoolhof: waarom hormoontherapie maatwerk kan zijn

    “Maar mijn vriendin gebruikt dit en bij haar werkt het goed. Waarom doen we dat dan niet bij mij?”

    Een vraag die ik regelmatig hoor in mijn spreekkamer.

    En eigenlijk vat deze vraag precies samen waarom de perimenopauze soms zo ingewikkeld kan zijn. Ik noem het weleens het perimenopauzedoolhof.

    Want wat bij de ene vrouw goed werkt, kan bij een andere vrouw weinig doen. Of juist andere klachten geven.

    Waarom werkt hetzelfde niet voor iedereen?

    Tijdens de perimenopauze veranderen je hormonen. En niet alleen in de zin dat ze steeds lager worden. Vooral de schommelingen kunnen groot zijn.

    Ook de klachten kunnen daardoor wisselen.

    De ene periode heb je vooral last van slecht slapen. Vervolgens kun je wekenlang vooral last hebben van angst, prikkelbaarheid of een opgejaagd gevoel. Daarna staan opvliegers of nachtelijk zweten meer op de voorgrond.

    En ondertussen kan je menstruatiepatroon veranderen.

    Dat maakt de perimenopauze voor sommige vrouwen behoorlijk onvoorspelbaar.

    Daar komt bij dat iedere vrouw anders reageert op hormonale veranderingen en op hormoontherapie.

    Wat bij je vriendin werkt, hoeft dus niet bij jou te werken

    Het is heel begrijpelijk dat je denkt:

    “Als dit haar zo goed helpt, waarom probeer ik dat dan niet?”

    Maar hormoontherapie is geen standaardrecept dat voor iedereen hetzelfde werkt.

    Er zijn verschillende soorten oestrogenen, verschillende toedieningsvormen en verschillende doseringen. Daarnaast kan ook de manier waarop je lichaam reageert in de loop van de tijd veranderen.

    Daarom kijk ik bij hormoontherapie niet alleen naar het middel, maar vooral naar het totaalplaatje.

    Welke klachten heb je?
    Hoe veranderen die klachten gedurende je cyclus?
    Wat gebruik je op dit moment?
    Hoe reageer je daarop?
    En wat willen we bereiken?

    Soms zit het verschil in de details

    Bij sommige vrouwen kan een relatief kleine aanpassing al verschil maken.

    Bijvoorbeeld een andere dosering, een andere toedieningsvorm of een verandering in de manier waarop de behandeling wordt opgebouwd.

    Dat betekent niet dat hormonen tot op de millimeter moeten worden “afgesteld”. Wel dat het soms belangrijk is om goed te kijken hoe iemand reageert en de behandeling daarop aan te passen.

    Ik noem dat graag fine-tuning.

    Niet steeds maar meer hormonen geven, maar zoeken naar een behandeling die past bij de klachten, de levensfase en de reactie van de vrouw.

    Het perimenopauzedoolhof uitkomen

    Het lastige van de perimenopauze is dat je soms zelf niet meer weet wat nu eigenlijk de oorzaak is van wat je voelt.

    Je probeert beter te slapen. Je gaat gezonder eten. Je sport meer. Je probeert minder stress te hebben. Misschien krijg je medicatie of hormoontherapie.

    En toch blijft het zoeken.

    Dat kan ontzettend frustrerend zijn.

    Juist daarom kan het helpen om niet alleen naar één klacht te kijken, maar naar het hele patroon. Wanneer begonnen de klachten? Hoe verlopen ze? Zijn er veranderingen in je menstruatie? Wat gebeurt er wanneer je behandeling verandert?

    Zo ontstaat er steeds meer inzicht in wat er bij jou speelt.

    Maatwerk betekent ook: blijven evalueren

    Een behandeling hoeft niet meteen perfect te zijn.

    Soms moet je even tijd nemen om te beoordelen wat het effect is. Soms is een aanpassing nodig. En soms blijkt een behandeling uiteindelijk niet goed bij je te passen.

    Dat is geen mislukking. Het is onderdeel van het zoeken naar wat voor jou werkt.

    De perimenopauze is voor sommige vrouwen een zoektocht. Maar je hoeft die zoektocht niet alleen te maken.

    Heb je het gevoel dat je vastloopt in het perimenopauzedoolhof en wil je samen kijken naar je klachten en de mogelijkheden? Dan kun je via mijn website een afspraak maken.

  • Vaginale oestrogenen in de overgang: waarom ze zo belangrijk zijn

    Vaginale oestrogenen in de overgang: waarom ze zo belangrijk zijn

    Vaginale oestrogenen in de overgang: waarom ze zo belangrijk zijn

    Vaginale droogheid, branderigheid, pijn bij seks of steeds terugkerende blaasontstekingen. Veel vrouwen denken dat dit er nu eenmaal bij hoort als je ouder wordt. Maar dat hoeft niet!

    Een behandeling waar ik in mijn spreekkamer regelmatig over vertel, is vaginale oestrogeentherapie. En opvallend genoeg gebruiken maar relatief weinig vrouwen deze behandeling. Naar schatting gebruikt slechts ongeveer 1 op de 10 vrouwen die er baat bij zou kunnen hebben vaginale oestrogenen.

    Dat is jammer, want oestrogeen doet veel meer dan alleen invloed hebben op menstruatie en overgangsklachten. Ook de vagina, vulva en urinewegen zijn gevoelig voor oestrogeen.

    En juist wanneer het oestrogeenniveau voor, tijdens en na de overgang daalt, kunnen deze weefsels veranderen.

    Wat gebeurt er met je vagina tijdens de overgang?

    Tijdens de perimenopauze en na de menopauze verandert de hoeveelheid en beschikbaarheid van oestrogeen. Dat heeft niet alleen gevolgen voor bijvoorbeeld je menstruatie, slaap of temperatuurregeling, maar ook voor het weefsel van de vagina, vulva en plasbuis.

    De vaginawand kan dunner en minder elastisch worden. Er wordt minder vocht geproduceerd en de doorbloeding en zuurgraad van de vagina veranderen.

    Daardoor kunnen klachten ontstaan zoals:

    • vaginale droogheid
    • een branderig of geïrriteerd gevoel
    • jeuk
    • sneller verstoringen van je vaginale milieu
    • pijn of gevoeligheid bij seks
    • kleine scheurtjes na seks
    • een veranderd gevoel tijdens seks
    • vaker aandrang om te plassen
    • terugkerende urineweginfecties
    • een gevoel van druk of ongemak in het bekkengebied

    Niet iedere vrouw krijgt hier last van. Maar als je deze klachten wel herkent, hoef je ze niet simpelweg te accepteren als onderdeel van ouder worden.

    Oestrogeen is belangrijk voor veel meer dan je menstruatie

    Oestrogeen heeft in het bekkengebied verschillende functies.

    Het helpt onder andere om de vaginawand soepel, elastisch en goed gehydrateerd te houden. Ook ondersteunt het de normale zuurgraad en het microbioom van de vagina.

    Dat microbioom bestaat uit allerlei bacteriën en schimmels die samen helpen om de vagina gezond te houden. Wanneer het oestrogeenniveau daalt, verandert ook de vaginale omgeving. Dat kan de gevoeligheid voor infecties beïnvloeden.

    Ook de urinewegen zijn gevoelig voor oestrogeen. De blaas en urinebuis hebben eveneens oestrogeenreceptoren. Een daling van oestrogeen kan daarom bijdragen aan klachten zoals urgency, een branderig gevoel bij het plassen of terugkerende urineweginfecties.

    Vaginale oestrogenen kunnen bij deze klachten helpen.

    Vaginale oestrogenen werken lokaal

    Een belangrijk verschil met systemische hormoontherapie, zoals oestrogeengel of een oestrogeenpleister, is dat vaginale oestrogenen voornamelijk lokaal worden toegepast.

    Je kunt vaginale oestrogenen krijgen in verschillende vormen, bijvoorbeeld als crème, tablet (of vaginale ring). De behandeling is gericht op het weefsel van de vagina en de omliggende structuren.

    Bij lage doseringen is de opname in het bloed doorgaans gering. Het doel is dan ook niet om het oestrogeengehalte in het hele lichaam sterk te verhogen, maar om het lokale weefsel weer te ondersteunen.

    Dat maakt vaginale oestrogenen anders dan systemische hormoontherapie.

    Niet alleen bij vaginale droogheid

    Een veelvoorkomende misvatting is dat vaginale oestrogenen alleen bedoeld zijn als je vagina droog aanvoelt.

    Dat is niet zo.

    Ze kunnen ook worden overwogen bij klachten van de urinewegen, bijvoorbeeld bij terugkerende urineweginfecties of bepaalde klachten van aandrang en irritatie.

    En er is nog een ander belangrijk aspect: seksualiteit.

    Wanneer het vaginale weefsel dunner, droger en gevoeliger wordt, kan seks pijnlijk worden. Soms ontstaat daardoor een vicieuze cirkel. Seks doet pijn, waardoor je minder zin krijgt om seks te hebben. Je gaat seks vermijden, waardoor je misschien minder snel ontdekt dat er iets aan de klachten te doen is.

    De pijn wordt dan gemakkelijk geïnterpreteerd als een probleem met seksueel verlangen, terwijl de oorzaak ook heel lichamelijk kan zijn.

    Daarom is het belangrijk om bij veranderingen in seksualiteit tijdens de overgang niet alleen naar je seksueel verlangen te kijken, maar ook naar alle andere factoren die nodig zijn voor seksueel verlangen.

    Kan vaginale oestrogeen ook helpen bij urinewegklachten?

    Ja.

    Oestrogeen ondersteunt de conditie van de slijmvliezen van de vagina en urinewegen. Daarnaast verandert het de vaginale omgeving, waardoor het voor bepaalde bacteriën moeilijker kan worden om zich te vermenigvuldigen.

    Vaginale oestrogenen worden daarom ook gebruikt bij vrouwen die rondom de menopauze regelmatig urineweginfecties hebben.

    Onderzoek laat zien dat lokaal vaginaal oestrogeen het risico op urineweginfecties kan verlagen.

    Dat betekent niet dat iedere urineweginfectie met oestrogeen voorkomen kan worden. Maar bij vrouwen met terugkerende urineweginfecties rondom of na de menopauze kan het een belangrijke behandeloptie zijn.

    Hoe zit het met de bekkenbodem?

    De invloed van oestrogeen beperkt zich niet tot de vaginawand.

    Ook de weefsels en structuren rondom de vagina en urinewegen veranderen onder invloed van het dalende oestrogeen. De doorbloeding, het bindweefsel en de conditie van het slijmvlies spelen allemaal een rol in de gezondheid van het bekkengebied.

    Dat betekent overigens niet dat vaginale oestrogenen een vervanging zijn voor bekkenfysiotherapie. Bij klachten zoals urineverlies, een verzakkingsgevoel of problemen met de bekkenbodem kan een gespecialiseerde bekkenfysiotherapeut juist heel waardevol zijn.

    Soms is de beste aanpak een combinatie van behandelingen.

    En wat betekent dit voor seks?

    Dit vind ik persoonlijk een belangrijk onderdeel van het gesprek.

    Na de overgang verandert het lichaam. Dat betekent niet dat seksualiteit moet verdwijnen of dat seks vanzelf pijnlijk moet worden.

    Wanneer het vaginale weefsel droger en kwetsbaarder wordt, kan penetratie pijnlijk worden. Ook kan de doorbloeding veranderen en kan seksuele stimulatie anders aanvoelen.

    Vaginale oestrogenen kunnen helpen om de conditie van het vaginale weefsel te verbeteren.

    Maar seksualiteit is natuurlijk meer dan het vaginale weefsel alleen. Als pijn, minder seksueel verlangen, spanning of veranderingen in de relatie een rol spelen, kan ook seksuologische begeleiding helpen.

    Is vaginale oestrogeen veilig?

    Voor veel vrouwen is laaggedoseerd vaginaal oestrogeen een veilige behandeling, juist omdat de systemische opname beperkt is. Maar veilig betekent niet dat je het zonder overleg met een arts bij iedereen kunt gebruiken.

    Waarom gebruiken zo weinig vrouwen het?

    Misschien omdat we nog steeds te weinig praten over wat er gebeurt tijdens de overgang.

    Veel vrouwen weten inmiddels dat opvliegers en nachtzweten bij de overgang kunnen horen. Maar vaginale droogheid, pijn bij seks en urinewegklachten worden minder vaak met de overgang in verband gebracht.

    Sommige vrouwen denken:

    “Ik ben gewoon ouder geworden.”

    Of:

    “Dan hoort seks blijkbaar pijn te doen.”

    Of:

    “Ik heb nu eenmaal steeds blaasontstekingen.”

    Maar ook deze klachten kunnen onderdeel zijn van de hormonale veranderingen rondom de menopauze.

    En daar kunnen we soms iets aan doen.

    Wanneer kan vaginale oestrogeen interessant zijn?

    Vaginale oestrogenen kunnen bijvoorbeeld worden overwogen wanneer je last hebt van:

    • vaginale droogheid of irritatie
    • pijn bij penetratie
    • terugkerende urineweginfecties
    • branderigheid bij het plassen zonder duidelijke infectie
    • vaginale kwetsbaarheid of kleine scheurtjes
    • klachten rondom de vulva en vagina na de menopauze
    • veranderingen in seksualiteit waarbij lichamelijk ongemak een rol speelt

    Je hoeft daarbij niet te wachten tot de menstruaties volledig zijn gestopt.

    Ook tijdens de perimenopauze kunnen vaginale klachten ontstaan.

    Vaginale oestrogenen zijn geen teken dat je “heel veel hormonen” nodig hebt

    Dat idee hoor ik soms terug.

    Maar een lage dosering vaginaal oestrogeen is iets anders dan systemische hormoontherapie. Het doel is vooral om het lokale weefsel te ondersteunen.

    Het is daarom goed om onderscheid te maken tussen verschillende vormen van hormoontherapie. Een vrouw kan bijvoorbeeld wel behoefte hebben aan lokale behandeling van vaginale of urinewegklachten, maar (nog) geen indicatie hebben voor systemische hormoontherapie.

    En andersom kan het natuurlijk ook.

    De behandeling moet passen bij de klachten en bij de persoon.

    Blijf niet rondlopen met klachten waar iets aan te doen is

    De overgang gaat over veel meer dan opvliegers.

    Ook de gezondheid van je vagina, vulva en urinewegen verandert onder invloed van hormonen. Dat is normaal, maar klachten hoef je niet automatisch te accepteren.

    Als seks pijn doet, je vagina voortdurend droog of geïrriteerd aanvoelt of je steeds opnieuw een urineweginfectie krijgt, is het de moeite waard om dit te bespreken.

    Vaginale oestrogenen kunnen een relatief eenvoudige behandeling zijn met een groot effect op het dagelijks leven.

    Want je vagina en urinewegen mogen dan misschien niet het eerste zijn waar je aan denkt bij de overgang, oestrogeen speelt ook daar een belangrijke beschermende rol.

    En misschien is dat wel een van de belangrijkste dingen die we vrouwen nog veel vaker mogen vertellen.

  • Kun je van al je klachten afkomen in de perimenopauze?

    Kun je van al je klachten afkomen in de perimenopauze?

    Kun je van al je klachten afkomen in de perimenopauze?

    Het is een vraag die ik vaak krijg in de spreekkamer:

    “Gaat dit ook weer over?”
    “Kan ik hier helemaal vanaf komen?”

    Het eerlijke antwoord is: voor een deel van de vrouwen wel. Maar niet voor iedereen.

    En dat vraagt om uitleg.


    Wat gebeurt er in de perimenopauze?

    De perimenopauze is geen fase waarin hormonen langzaam afnemen. Lees ook mijn uitgebreide uitleg over wat vrouwen nog te weinig weten over de perimenopauze.
    Het is juist een fase van schommelingen.

    Oestrogeen en progesteron wisselen soms sterk, van maand tot maand en zelfs binnen één cyclus. Dat kan invloed hebben op:

    • stemming en angstklachten
    • slaap
    • concentratie en geheugen
    • prikkelgevoeligheid
    • energie en belastbaarheid

    Belangrijk om te weten: deze klachten kunnen al beginnen terwijl je nog menstrueert.


    Kun je klachten helemaal laten verdwijnen?

    Sommige vrouwen worden met de juiste behandeling en aanpassingen vrijwel klachtenvrij.

    Maar er is ook een groep bij wie klachten blijven terugkomen, vooral in de latere fase van de perimenopauze.

    Dat heeft een reden.


    Waarom klachten soms blijven terugkomen

    Aan het einde van de perimenopauze worden de hormonale schommelingen vaak grilliger.

    Dat maakt het lastiger om het lichaam volledig “stabiel” te krijgen, zelfs met behandeling.

    Je kunt het een beetje zien als proberen bij te sturen terwijl de omstandigheden blijven veranderen.

    Dat betekent niet dat er niets mogelijk is.
    Maar wel dat het doel soms verschuift van “helemaal klachtenvrij” naar “duidelijk minder klachten, beter functioneren en je weer meer jezelf voelen”.


    Wat helpt wel?

    In de praktijk zien we vaak dat klachten wel verbeteren.

    Een combinatie werkt daarbij meestal het best:

    1. Uitleg en herkenning

    Begrijpen wat er gebeurt in je lichaam geeft rust.
    Veel vrouwen denken lange tijd dat ze “gewoon te gestrest” zijn.

    2. Leefstijl

    Slaap, herstelmomenten en omgaan met prikkels spelen een grote rol in hoe je klachten ervaart.

    3. Hormoontherapie (indien passend)

    Voor vrouwen kan hormoontherapie helpen om schommelingen te dempen.

    Belangrijk hierbij is een trial & evaluate benadering: samen kijken wat werkt, en bijstellen waar nodig.


    Een realistischer perspectief

    De vraag is dus niet alleen:
    “Kan ik van mijn klachten afkomen?”

    Maar ook:
    “Hoe kan ik mijn klachten beter begrijpen en beïnvloeden?”

    Voor veel vrouwen betekent dat:

    • minder pieken en dalen
    • beter slapen
    • meer grip op stemming en energie
    • weer beter kunnen functioneren, thuis en op werk

    Wanneer is het goed om hulp te zoeken?

    Als je merkt dat klachten invloed hebben op je dagelijks functioneren, is het zinvol om ernaar te kijken.

    Zeker als je het gevoel hebt dat je al langere tijd aan het “doorgaan” bent op je reserves.

  • “Ik reageerde vroeger slecht op de pil, dus ik wil geen hormonen meer”

    “Ik reageerde vroeger slecht op de pil, dus ik wil geen hormonen meer”

    “Ik reageerde vroeger slecht op de pil, dus ik wil geen hormonen meer”

    Het is iets wat ik vaak hoor in de spreekkamer.

    Vrouwen die vroeger vervelende ervaringen hadden met de anticonceptiepil en daarom terughoudend zijn geworden tegenover hormonen in het algemeen.

    Bijvoorbeeld vanwege:

    • stemmingsklachten
    • libidoverlies
    • aankomen in gewicht
    • vlak voelen
    • minder goed in je vel zitten

    En dat is begrijpelijk.

    Als je eerder negatieve ervaringen hebt gehad, is het logisch dat je denkt:

    “Dat wil ik nooit meer.”

    Toch is het belangrijk om te weten dat hormoontherapie tijdens de perimenopauze of menopauze iets anders is dan de anticonceptiepil.


    De anticonceptiepil en hormoontherapie zijn niet hetzelfde

    Veel vrouwen gooien deze behandelingen begrijpelijkerwijs op één hoop onder de noemer “hormonen”.

    Maar medisch gezien zijn er belangrijke verschillen.

    De klassieke combinatiepil bevat meestal:

    • synthetisch ethinylestradiol
    • een synthetisch progestageen

    Hormoontherapie bij de perimenopauze bestaat tegenwoordig vaak uit:

    • lichaams-identiek / bio-identiek estradiol
    • en gemicroniseerd progesteron

    Dat zijn hormonen die qua structuur vergelijkbaar zijn en veel dichter bij de hormonen liggen die het lichaam zelf aanmaakt.


    Ook het doel van de behandeling is anders

    De anticonceptiepil is bedoeld om de eisprong te onderdrukken en zwangerschap te voorkomen.

    Hormoontherapie heeft een ander uitgangspunt.

    Tijdens de perimenopauze proberen we juist hormonale schommelingen te ondersteunen en je stabieler te maken.

    In de postmenopauze geven we hormonen terug die je lichaam te laag zelf aanmaakt, om zo klachten daarvan te verminderen.

    Dat is een belangrijk verschil.


    Betekent dit dat je géén bijwerkingen kunt krijgen?

    Nee.

    Ook lichaamsidentieke hormoontherapie kan bijwerkingen geven. En niet iedere vrouw reageert hetzelfde.

    Maar eerdere negatieve ervaringen met de pil betekenen niet automatisch dat hormoontherapie ook niet bij je past.

    Dat onderscheid geeft vaak opluchting.


    Waarom dit juist in de perimenopauze verwarrend kan zijn

    Veel vrouwen komen pas opnieuw met hormonen in aanraking wanneer ze klachten krijgen tijdens de perimenopauze.

    Lees ook mijn uitgebreide uitleg over wat vrouwen nog te weinig weten over de perimenopauze.

    En dan komt die oude ervaring met de pil vaak direct weer naar boven.

    “Daar reageerde ik vroeger al slecht op.”

    Maar de situatie is nu anders:

    • je hormoonhuishouding is anders
    • het doel van behandeling is anders
    • het type hormonen is vaak anders
    • de doseringen zijn anders

    Daarom is het belangrijk om opnieuw en individueel te kijken wat passend kan zijn.


    Een trial & evaluate benadering

    In de menopauzezorg bestaat zelden één perfecte oplossing die voor iedereen hetzelfde werkt.

    Vaak kijken we samen:

    • welke klachten op de voorgrond staan
    • welke eerdere ervaringen iemand heeft gehad
    • welke zorgen er leven rondom hormonen
    • en hoe iemand reageert op behandeling

    Soms helpt hormoontherapie veel.
    Soms beperkt.
    En soms blijkt een andere aanpak beter passend.

    Die nuance is belangrijk.


    Je hoeft niet direct “ja” of “nee” tegen hormonen te zeggen

    Veel vrouwen denken dat ze meteen een definitieve keuze moeten maken.

    Maar vaak helpt het juist om eerst goed uitleg te krijgen over:

    • de verschillen tussen behandelingen
    • mogelijke voordelen en nadelen
    • en wat realistische verwachtingen zijn

    Van daaruit kun je samen kijken wat bij jou past.

  • Waarom je lontje korter wordt in de overgang (en wat er hormonaal gebeurt)

    Waarom je lontje korter wordt in de overgang (en wat er hormonaal gebeurt)

    Veel vrouwen merken dat hun reacties veranderen in de perimenopauze. Dingen die vroeger langs je heen gingen, kunnen ineens frustrerend voelen. Je reageert sneller, raakt eerder overprikkeld of merkt dat je minder geduld hebt met collega’s, je partner en/of je kinderen.

    Dat kan verwarrend zijn. Zeker als je jezelf altijd hebt gezien als iemand die rustig en stabiel is. Veel vrouwen vragen zich af: wat is er met mij aan de hand?

    Wat vaak niet wordt herkend, is dat hormonale veranderingen een grote rol spelen in hoe je brein emoties verwerkt.

    Veel van deze klachten beginnen al in de perimenopauze.
    Lees ook mijn uitgebreide uitleg over wat vrouwen nog te weinig weten over de perimenopauze.

    Oestrogeen en emotionele regulatie

    Oestrogeen beïnvloedt neurotransmitters die betrokken zijn bij stemming, prikkelverwerking en stressregulatie. Wanneer oestrogeen begint te schommelen, kan je zenuwstelsel gevoeliger reageren op prikkels.

    Daardoor kun je sneller geïrriteerd raken of minder goed tegen drukte en onverwachte veranderingen. Het is niet dat je minder geduldig bent geworden als persoon; je systeem staat simpelweg meer “aan”.

    Slechte slaap maakt je emotionele draagkracht kleiner

    Veel vrouwen slapen minder diep in de perimenopauze. Nachtelijk wakker worden, opvliegers of een onrustig gevoel zorgen ervoor dat je brein minder herstelt.

    Slaaptekort verlaagt je frustratietolerantie. Kleine dingen voelen groter en herstel na stress duurt langer. Dat kan ervoor zorgen dat je lontje korter is, terwijl je lichaam eigenlijk overbelast is.

    Werkstress en overprikkeling versterken het effect

    Op de werkvloer kan dit extra zichtbaar worden. Deadlines, vergaderingen en sociale interacties vragen meer energie dan vroeger. Daardoor kun je sneller geïrriteerd raken of het gevoel krijgen dat alles te veel is.

    Veel vrouwen worden vervolgens streng voor zichzelf. Ze denken dat ze minder professioneel zijn geworden. Terwijl het vaak gaat om een tijdelijk veranderde stressgevoeligheid.

    Wat kan helpen?

    Het belangrijkste is erkennen dat er een lichamelijke component meespeelt. Daarna kun je kijken wat helpt om je systeem te ondersteunen:

    • voldoende herstelmomenten gedurende de dag
    • regelmaat in slaap en ritme
    • beweging om spanning af te voeren
    • realistische verwachtingen stellen
    • bespreek klachten als ze je functioneren beïnvloeden

    Het doel is niet om jezelf te veranderen, maar om je omgeving en ritme aan te passen aan wat je lichaam nodig heeft.

    Je bent niet minder geworden

    Een korter lontje betekent niet dat je minder veerkrachtig bent. Het betekent vaak dat je brein anders reageert door hormonale veranderingen. Met de juiste ondersteuning kan er weer meer rust ontstaan.

  • Welke soort rust heb je eigenlijk nodig in de perimenopauze?

    Welke soort rust heb je eigenlijk nodig in de perimenopauze?

    “Ik ben zo moe.”

    Het is een zin die ik vaak hoor in de spreekkamer.

    Veel vrouwen proberen die vermoeidheid op te lossen door eerder naar bed te gaan, meer uit te slapen of rustiger aan te doen. En soms helpt dat ook (als het lukt om daadwerkelijk te slapen).

    Maar lang niet altijd.

    Want rust is meer dan slapen.

    Je kunt acht uur slapen en je toch uitgeput voelen. Niet omdat je lichaam geen slaap krijgt, maar omdat je eigenlijk een ander soort rust tekortkomt.

    En juist in de perimenopauze wordt dat vaak zichtbaar.


    Vermoeidheid in de perimenopauze is niet alleen lichamelijk

    De perimenopauze is een fase van hormonale schommelingen. Dat kan invloed hebben op slaap, stressgevoeligheid, emoties, prikkelverwerking en herstel.

    Veel vrouwen blijven ondertussen doorgaan. Werk, gezin, zorgen voor anderen, mentale belasting, altijd bereikbaar zijn.

    Daardoor ontstaat er vaak een opstapeling van verschillende soorten vermoeidheid.

    Niet alleen lichamelijk, maar ook mentaal, emotioneel en sociaal.


    De verschillende vormen van rust

    Er zijn zeven verschillende vormen van rust. Dat onderscheid helpt vaak om beter te begrijpen waar je eigenlijk moe van bent.


    1. Fysieke rust

    Dit gaat over herstel van het lichaam.

    Dat kan passieve rust zijn, zoals slapen of even liggen. Maar ook actieve rust, zoals yoga, rekken, een rustige wandeling of massage.

    In de perimenopauze zien we vaak dat lichamelijk herstel minder vanzelfsprekend wordt. Slechte slaap, stresshormonen en hormonale schommelingen kunnen ervoor zorgen dat het lichaam minder goed “oplaadt”.


    2. Mentale rust

    Mentale rust gaat over rust in je hoofd.

    Veel vrouwen beschrijven een voortdurend gevoel van “aan staan”. Altijd nadenken, plannen, onthouden of schakelen.

    Mentale rust kan zitten in:

    • minder multitasken
    • stilte
    • minder schermtijd
    • gedachten opschrijven
    • even geen beslissingen hoeven nemen

    Vooral vrouwen die veel verantwoordelijkheid dragen, merken vaak hoe moeilijk echte mentale rust geworden is.


    3. Emotionele rust

    Emotionele rust betekent dat je niet voortdurend sterk hoeft te zijn.

    Niet altijd aangepast, zorgzaam of sociaal beschikbaar hoeven zijn.

    Dit gaat over:

    • eerlijk kunnen zeggen hoe het echt gaat
    • je veilig voelen
    • niet continu een masker hoeven dragen

    Veel vrouwen realiseren zich pas hoe vermoeiend het is om zichzelf steeds bij elkaar te houden.


    4. Sociale rust

    Niet alle sociale contacten geven energie.

    Sommige kosten juist energie, zeker als je al overprikkeld of uitgeput bent.

    Sociale rust kan betekenen:

    • even alleen zijn
    • minder afspraken
    • afstand nemen van energielekkende contacten
    • juist tijd doorbrengen met mensen bij wie je kunt ontspannen

    5. Zintuiglijke rust

    Ons zenuwstelsel krijgt tegenwoordig voortdurend prikkels te verwerken.

    Geluid, schermen, notificaties, licht, informatie, gesprekken.

    In de perimenopauze worden veel vrouwen gevoeliger voor die constante input.

    Zintuiglijke rust kan helpen:

    • minder schermen
    • stilte
    • zacht licht
    • even geen podcast of muziek
    • notificaties uitzetten

    Soms merk je pas hoeveel spanning je lichaam vasthoudt wanneer het eindelijk stil wordt.


    6. Creatieve rust

    Creatieve rust gaat niet over zelf iets maken, maar over geïnspireerd raken.

    Natuur, muziek, kunst, mooie ruimtes of verwondering kunnen het zenuwstelsel helpen ontspannen.

    Dat klinkt misschien klein, maar juist dit soort momenten ontbreken vaak volledig in drukke levens.


    7. Spirituele of existentiële rust

    Dit gaat over betekenis, richting en verbinding.

    Voor de één zit dat in meditatie of geloof. Voor de ander in natuur, reflectie of leven op een manier die echt klopt met wie je bent.

    Juist rond de perimenopauze ontstaat bij veel vrouwen een fase van heroriëntatie.

    “Hoe wil ik eigenlijk verder?”
    “Wat past nog bij mij?”

    Ook dat kost energie.


    Soms is slaap niet het echte probleem

    Veel vrouwen denken dat ze vooral slaap tekortkomen.

    Maar iemand kan:

    • lichamelijk fit zijn en emotioneel uitgeput
    • genoeg slapen maar sociaal overbelast zijn
    • mentale rust missen terwijl het lichaam eigenlijk prima functioneert

    Dat onderscheid maakt vaak duidelijker welk herstel je werkelijk nodig hebt.


    Overprikkeling en het zenuwstelsel

    Sommige vrouwen merken vooral dat hun zenuwstelsel voortdurend alert blijft.

    Snel schrikken. Moeite met herstellen. Overprikkeld raken van geluid, drukte of sociale verwachtingen.

    Dat zien we regelmatig in de perimenopauze, zeker als er daarnaast veel stress speelt.

    Dan helpt herstel vaak niet alleen door “meer rust nemen”, maar door actief te kijken hoe het zenuwstelsel weer meer veiligheid en herstel kan ervaren.


    Een helpende vraag

    Misschien is de belangrijkste vraag niet:

    “Waarom ben ik zo moe?”

    Maar: “Waar ben ik eigenlijk moe van?”

    Dat geeft vaak veel meer richting.

  • Burn-out of overgang? Waarom vrouwen zichzelf soms verkeerd begrijpen

    Burn-out of overgang? Waarom vrouwen zichzelf soms verkeerd begrijpen

    Steeds meer vrouwen vragen zich af of ze een burn-out hebben (of dat het om overgangsklachten gaat). Ze voelen zich uitgeput, slapen slecht, zijn sneller emotioneel en hebben moeite met concentratie. Werk kost meer energie en thuis ontbreekt vaak de ruimte om echt op te laden.

    Wat vaak niet wordt meegenomen, is dat deze klachten ook kunnen passen bij de perimenopauze. De fase waarin hormonen beginnen te schommelen, soms al jaren voordat de menstruatie stopt.

    Daardoor kan het voelen alsof je jezelf kwijtraakt, terwijl je lichaam eigenlijk door een hormonale overgang of door hormonale wisselingen gaat.

    Veel van deze klachten beginnen al in de perimenopauze.
    Lees ook mijn uitgebreide uitleg over wat vrouwen nog te weinig weten over de perimenopauze.

    Waarom overgangsklachten lijken op een burn-out

    De overlap tussen burn-out en (peri)menopauze is groot. Veel vrouwen ervaren:

    • extreme vermoeidheid
    • slechter slapen
    • hersenmist en concentratieverlies
    • prikkelbaarheid of angst
    • minder stressbestendigheid

    Omdat deze klachten ook voorkomen bij overbelasting, wordt al snel gedacht aan een burn-out. Soms klopt dat. Maar soms speelt er meer.

    Hormonale schommelingen kunnen je zenuwstelsel gevoeliger maken. Daardoor voelt dezelfde werkdruk ineens zwaarder dan vroeger.

    De rol van hormonen in energie en stress

    Oestrogeen ondersteunt onder andere je slaap, stemming en cognitieve functies. Wanneer oestrogeen begint te schommelen, kan het brein anders reageren op prikkels. Herstel na stress duurt langer en kleine dingen kunnen groter aanvoelen.

    Veel vrouwen beschrijven dat ze vroeger probleemloos meerdere taken tegelijk konden doen, terwijl dat ineens veel moeite kost. Dat kan voelen als falen, terwijl het vaak een fysiologische verandering is.

    Hoe herken je het verschil?

    Een burn-out ontstaat vaak na langdurige overbelasting zonder herstel. Bij de perimenopauze zie je vaker een wisselend patroon: dagen waarop het beter gaat, gevolgd door periodes van onrust, vermoeidheid of emotionele schommelingen.

    Ook cyclusveranderingen, nachtelijk wakker worden of opvliegers kunnen aanwijzingen zijn dat hormonen meespelen.

    Het betekent niet dat alles hormonaal is. Maar het is wel belangrijk om het totaalplaatje te bekijken.

    Wat kun je doen als je twijfelt?

    Blijf niet alleen rondlopen met vragen. Bespreek je klachten met je huisarts en benoem ook de mogelijkheid van (peri)menopauze.

    Wat vaak helpt:

    • je slaapritme ondersteunen
    • werkdruk bespreekbaar maken
    • herstelmomenten plannen
    • onderzoeken of hormonale ondersteuning passend is

    Het doel is niet om een label te krijgen, maar om te begrijpen wat je lichaam nodig heeft.

    Je bent niet minder geworden

    Veel vrouwen voelen zich onzeker als ze merken dat hun draagkracht verandert. Maar een veranderende reactie op stress betekent niet dat je minder sterk bent. Het kan een signaal zijn dat je lichaam in een nieuwe fase zit.

    Door te begrijpen wat er speelt, ontstaat er ruimte om keuzes te maken die beter passen bij waar je nu staat.


  • Hormoontherapie in de overgang: wanneer is het logisch om het te overwegen?

    Hormoontherapie in de overgang: wanneer is het logisch om het te overwegen?

    Veel vrouwen twijfelen over hormoontherapie. Ze vragen zich af of het “te vroeg” is, of ze eerst moeten wachten tot de menopauze officieel is vastgesteld, of dat klachten vanzelf weer verdwijnen.

    Wat vaak niet duidelijk wordt uitgelegd, is dat hormoontherapie niet alleen bedoeld is voor de fase na de laatste menstruatie. Ook in de perimenopauze kan het, na een afweging van de voor en nadelen, een optie zijn.

    Je hoeft niet te wachten tot je menstruatie stopt

    Een veelgehoord advies is om pas na de menopauze naar een behandeling te kijken. Maar klachten beginnen vaak jaren eerder. Slechte slaap, stemmingsschommelingen, opvliegers of extreme vermoeidheid kunnen al in de perimenopauze ontstaan.

    Als klachten je functioneren beïnvloeden, kan het zinvol zijn om samen met je arts te bespreken welke ondersteuning passend is.

    Veel van deze klachten beginnen al in de perimenopauze.
    Lees ook mijn uitgebreide uitleg over wat vrouwen nog te weinig weten over de perimenopauze.

    De proberen en evalueren benadering

    Hormoontherapie hoeft geen definitieve keuze te zijn. Soms is het juist een manier om te onderzoeken of hormonale ondersteuning verschil maakt.

    Je kunt starten, evalueren hoe je je voelt en samen met je arts bekijken of het helpt. Als het niet past, kun je ook weer stoppen. Het is geen alles-of-niets beslissing.

    Wat vrouwen vaak denken versus wat realistischer is

    Veel vrouwen denken dat hormoontherapie alleen bedoeld is voor ernstige klachten. Of dat het een grote stap is waar je niet meer op terugkomt.

    In werkelijkheid is het vaak een proces van afstemmen. Wat past bij jouw klachten, jouw gezondheid en jouw levensfase.

    Het doel is niet om iemand anders te worden, maar om weer dichter bij jezelf te komen.

    Wanneer kan het logisch zijn om het te overwegen?

    • bij opvliegers of nachtzweten
    • bij slaapproblemen die niet herstellen
    • bij stemmingsklachten die samenhangen met hormonale schommelingen

    Bespreek altijd samen met je arts wat in jouw situatie passend is.

    Een brug tussen begrijpen en hulp zoeken

    Hormoontherapie is geen verplichting en niet voor iedereen. Maar het kan wel een optie zijn die je helpt om niet onnodig door te lopen met klachten.

    Hoe eerder je begrijpt wat er speelt, hoe meer ruimte er is om keuzes te maken die bij jou passen.

  • Minder zelfvertrouwen in de overgang? Wat er in je brein gebeurt (en waarom het weer terug kan komen)

    Minder zelfvertrouwen in de overgang? Wat er in je brein gebeurt (en waarom het weer terug kan komen)

    Veel vrouwen schrikken als ze merken dat hun zelfvertrouwen verandert.
    Waar je vroeger zonder nadenken een vergadering inging of een presentatie gaf, kan dat ineens spanning oproepen. Je twijfelt vaker, voelt je minder zeker of hebt het idee dat je niet meer dezelfde versie van jezelf bent.

    Wat vaak niet wordt herkend, is dat deze verandering al kan beginnen in de perimenopauze, jaren voordat de menstruatie stopt. En juist doordat niemand het benoemt, denken veel vrouwen dat ze zichzelf kwijt zijn geraakt.

    Lees ook mijn uitgebreide uitleg over wat vrouwen nog te weinig weten over de perimenopauze.

    Maar wat je voelt is niet alleen psychologisch. Het heeft ook een biologische kant.

    De invloed van hormonen op zelfvertrouwen

    Oestrogeen ondersteunt verschillende systemen in het brein die betrokken zijn bij focus, geheugen en emotionele stabiliteit. Wanneer oestrogeen begint te schommelen, kan je brein gevoeliger worden voor stress en onzekerheid.

    Dat betekent niet dat je minder capabel bent geworden. Het betekent dat je zenuwstelsel anders reageert op prikkels.

    Veel vrouwen beschrijven dat ze sneller twijfelen aan beslissingen of bang zijn om fouten te maken, terwijl hun kennis en ervaring niet veranderd zijn.

    Hersenmist en onzekerheid gaan vaak samen

    Wanneer concentratie minder vanzelf gaat en woorden soms minder snel komen, kan dat invloed hebben op hoe je jezelf ziet. Zeker op de werkvloer kan dit voelen alsof je achteruitgaat.

    Die ervaring kan een vicieuze cirkel creëren: minder vertrouwen leidt tot meer spanning, en meer spanning versterkt weer de hersenmist.

    Het is belangrijk om te weten dat dit een herkenbaar patroon is in de perimenopauze en geen teken dat je je kwaliteiten verliest.

    Werkdruk en verwachtingen maken het zwaarder

    Veel vrouwen bevinden zich in deze levensfase in een periode met veel verantwoordelijkheden. Werk, gezin, zorg voor anderen en maatschappelijke verwachtingen lopen door terwijl je lichaam verandert.

    Als de draagkracht tijdelijk afneemt, kan dat voelen als falen. Terwijl het eigenlijk een signaal is dat je lichaam een andere vorm van balans nodig heeft.

    Door verwachtingen bij te stellen en ruimte te maken voor herstel, kan er vaak weer meer rust ontstaan.

    Het goede nieuws: zelfvertrouwen kan terugkomen

    Dit is misschien wel het belangrijkste om te weten: veel vrouwen ervaren dat hun zelfvertrouwen weer groeit zodra hun lichaam meer stabiliteit vindt.

    Wanneer slaap verbetert, prikkels beter gereguleerd worden en hormonale ondersteuning passend is, voelen veel vrouwen zich weer dichter bij zichzelf.

    Zelfvertrouwen is geen vaststaande karaktereigenschap. Het beweegt mee met hoe je lichaam en brein functioneren. En dat betekent ook dat het weer kan herstellen.

    Wat kan helpen om weer meer vertrouwen te voelen?

    • mildheid naar jezelf
    • kleine, haalbare stappen in plaats van alles tegelijk willen aanpassen
    • bespreekbaar maken van veranderingen op het werk
    • goede slaap en herstelmomenten
    • medische ondersteuning wanneer klachten blijven aanhouden

    Kleine veranderingen kunnen al een groot verschil maken.

    Je bent niet minder geworden, je bent aan het veranderen

    De overgang is geen verlies van wie je bent. Het is een fase waarin je lichaam zich opnieuw afstemt. Met begrip, ondersteuning en tijd kan er weer ruimte ontstaan voor energie, helderheid en vertrouwen.

    Veel vrouwen merken uiteindelijk dat ze niet alleen herstellen, maar ook nieuwe kracht ontwikkelen, vaak met meer grenzen, meer zelfkennis en meer rust dan daarvoor.

  • Angst en paniek in de perimenopauze: waarom je jezelf soms niet herkent

    Angst en paniek in de perimenopauze: waarom je jezelf soms niet herkent

    Veel vrouwen schrikken als ze ineens angstiger worden.
    Niet omdat er iets concreets verandert in hun leven, maar omdat hun reactie op situaties anders voelt dan vroeger. Dingen die eerst vanzelf gingen kunnen ineens spanning geven. Je lontje wordt korter, je voelt sneller paniek of je ervaart een onrust die je niet goed kunt plaatsen.

    Wat vaak niet wordt herkend, is dat deze veranderingen al kunnen beginnen in de perimenopauze, jaren voordat de menstruatie stopt. En juist daardoor twijfelen veel vrouwen aan zichzelf, terwijl hun lichaam eigenlijk midden in een hormonale overgang zit.

    Veel van deze klachten beginnen al in de perimenopauze.
    Lees ook mijn uitgebreide uitleg over wat vrouwen nog te weinig weten over de perimenopauze.

    De invloed van oestrogeen op het brein

    Oestrogeen is niet alleen een voortplantingshormoon. Het speelt ook een belangrijke rol in hoe je brein stress verwerkt. Het beïnvloedt neurotransmitters zoals serotonine en dopamine, die betrokken zijn bij stemming, rust en veerkracht.

    Wanneer oestrogeen begint te schommelen, kan het brein gevoeliger worden voor prikkels. Wat eerder als een normale werkdag voelde, kan ineens overweldigend zijn. Kleine stressmomenten kunnen groter aanvoelen en herstel duurt langer.

    Veel vrouwen beschrijven het alsof hun interne filter minder goed werkt. Geluiden, emoties en verwachtingen komen harder binnen dan voorheen.

    Plotselinge paniek of een korter lontje

    Een van de meest verwarrende aspecten van de perimenopauze is dat klachten plotseling kunnen ontstaan. Je kunt jezelf ineens herkennen in reacties die niet bij je passen: sneller boos worden, sneller huilen of een gevoel van paniek zonder duidelijke aanleiding.

    Het betekent dat je zenuwstelsel gevoeliger reageert doordat de hormonale balans verandert.

    Slechte slaap speelt hierin vaak een grote rol. Nachtelijk wakker worden of minder diepe slaap zorgt ervoor dat je emotionele draagkracht overdag lager is. Daardoor voelt alles net wat zwaarder.

    Werkstress en overprikkeling

    Op de werkvloer kan deze verandering extra zichtbaar worden. Taken die vroeger overzichtelijk waren kunnen chaotisch aanvoelen. Presentaties geven, deadlines halen of sociale interacties kosten meer energie.

    Veel vrouwen ontwikkelen daardoor angsten, bijvoorbeeld om te presteren. Ze zijn bang dat anderen denken dat ze minder capabel zijn geworden. Die angst kan op zichzelf weer stress en paniek versterken.

    Het is belangrijk om te weten dat deze reacties niet alleen psychologisch zijn. Het zijn vaak lichamelijke stressreacties in een brein dat anders reageert op hormonale schommelingen.

    Burn-out of hormonale ontregeling?

    Omdat klachten zoals angst, vermoeidheid en concentratieverlies lijken op een burn-out, krijgen sommige vrouwen die diagnose. Soms klopt dat ook. Maar in andere gevallen speelt de perimenopauze een grote rol.

    Het verschil zit vaak in het patroon. Bij hormonale ontregeling zie je meer schommelingen: dagen waarop het beter gaat, gevolgd door periodes van onrust of emotionele labiliteit. Ook cyclusveranderingen en slaapverstoring kunnen aanwijzingen zijn.

    Het betekent niet dat alles hormonaal is. Maar het is wel belangrijk dat perimenopauze wordt meegenomen in het totaalplaatje.

    Wat kan helpen als angst en paniek toenemen?

    Allereerst: herkenning. Weten dat je klachten een lichamelijke component kunnen hebben, haalt vaak al een deel van de angst weg.

    Daarnaast kunnen deze stappen helpen:

    • zorg voor regelmaat in slaap en dagritme
    • verminder prikkels waar mogelijk
    • plan herstelmomenten gedurende de dag
    • beweeg regelmatig, liefst buiten
    • bespreek je klachten met je huisarts of een arts met kennis van de overgang

    Soms kan aanvullende ondersteuning zinvol zijn, bijvoorbeeld gesprekken, leefstijlaanpassingen of hormonale behandeling. Dat verschilt per persoon en vraagt maatwerk.

    Je bent jezelf niet kwijt

    Veel vrouwen denken dat ze hun veerkracht zijn verloren. Maar vaak is er geen sprake van verlies, alleen van verandering. Het lichaam vraagt om een andere manier van omgaan met energie, stress en verwachtingen.

    Als je jezelf niet meer herkent, betekent dat niet dat je stuk bent. Het kan ook betekenen dat je lichaam door een fase gaat die beter begrepen mag worden.